Toen we op vrijdagavond op onze gastgezinnen wachtten wisten we nog niet hoe de volgende uren zullen eruitzien. Iedereen had zijn eigen ideeën over de Vlamingen waar we zullen gaan eten en een gezellige avond zullen doorbrengen. Sommigen waren bang voor het ongemakkelijke gevoel om bij iemand thuis avond te eten die je niet kent, anderen vreesden de in onze oren raar klinkende Vlaamse dialecten die nog maar weinig met de Nederlandse standaardtaal te maken hebben.

Nu waren ze er en haalden ons op. Een paar van onze medecursisten werden buiten de stad gebracht en andere bleven in Gent. De gastouders waren van verschillende leeftijden, soms hadden ze kinderen, soms niet.

Tegen onze verwachtingen werd de sfeer bij de gastgezinnen vlug gezellig en hadden we nauwelijks communicatieproblemen. De gespreksonderwerpen wisselden vaak. De een keer ging het over het ons voorgezette eten zoals mosselen (want iedere buitenlander lust van zeevruchten, toch?) of andere traditioneel Belgische gerechten als frietjes, stoverij en de zoete Gentse cuberdons. De andere keer ging het over onze studie, het feit dat buitenlanders Nederlanders leren, de verschillende culturen en landen maar ook over alledaagse dingen. Daarnaast werden ook veel grappen gemaakt en gelachen. Verder speelde men ook tafeltennis, darts en maakte men kennis met de huisdieren van het gezin.

Plotseling was en na middernacht. Door al de gezelligheid hadden we de tijd vergeten. Het was tijd om naar huis te gaan. Met het gevoel dat het een geweldige avond was namen we afscheid van elkaar en keken we uit naar de volgende ontmoeting op onze laatste dag in Gent.

(Tobias Lanznaster, Thomas Jacob, Sebastian Treschow en Steffi Johansson Ohman)

Advertenties